Kantoorgebouw Loftice, Amsterdam
Loftice is een kantoorgebouw aan de Ruyterkade in Amsterdam, ingeklemd tussen het spoortracé en het IJ. De Ruyterkade is een negentiende-eeuwse stadsuitbreiding langs het IJ: een verzameling van bonkige opslaghuizen en statige zeehandelshuizen aan een levendige handelskade.
Het gebouw is opgedeeld in een voor- en achterhuis, met een patio er tussenin voor daglichttoetreding. Op de begane grond bevindt zich de ontvangstruimte met een glaskunstwerk onder een glazen dak. De kantoorruimten zijn open lofts met fenomenaal uitzicht over de bocht van het IJ of het spoor met de binnenstad. Een luchtbrug verbindt het voorhuis met het achterhuis.
Het voorhuis is vormgegeven als statig pand van hardsteen met een dubbele glasgevel, verwijzend naar de erkers aan de Ruyterkade. De dubbele glasgevel heeft een zwak ventilerende spouw met open roostervloeren: isolerend in de winter, verkoelend in de zomer doordat de warme lucht opstijgt. De ramen aan de binnenzijde van de spouw kunnen open staan zonder dat de papieren van het buro waaien. De dubbele glasgevel is uitgevoerd in structurele beglazing, opgehangen aan staaldraden en stalen jukken aan de bovenzijde.
Het achterhuis is uitgevoerd in geprofileerde stalen gevelplaten met lamellen in twee kleuren. Voor de treinreiziger verschiet het achterhuis bij het voorbijgaan van kleur, snel of langzaam, afhankelijk van richting en snelheid van de trein. Een groot overstek boven het spoor symboliseert de sprong over het spoor naar de binnenstad verderop.
Naam project: Loftice, Amsterdam
Datum begin opdracht: 1999
Datum oplevering: 2002
Adres: De Ruyterkade 112, Amsterdam
Functie: Kantoor
Oppervlakte bvo: 3.000 m2
Bouwkosten: FL. 9.100.000,- excl btw
Opdrachtgever: Rami Exploitatiemaatschappij, Amsterdam
Constructeur: ABT Velp Adviesgroep Bouwkunde / Constructies / Installaties
Aannemer: Slavenburg's Bouwbedrijven, Capelle a/d IJssel
Architect: Bastiaan Jongerius
Medewerkers: Merel Martens, Odette Olde Wolbers, Santiago Baltar, Dingeman Deijs, Anna Pontinha, Franszi Essler